Wet herziening partneralimentatie; verkorting duur partneralimentatie in zicht!

Op 21 mei 2019 heeft de Eerste Kamer ingestemd met de Wet herziening partneralimentatie. Door deze nieuwe wet zal de wettelijke alimentatieduur worden verkort.

Op dit moment geldt (voor echtscheidingen uitgesproken na 1 juli 1994) een maximale duur van 12 jaar voor een huwelijk met kinderen of een huwelijk dat langer heeft geduurd dan 5 jaar. Voor huwelijken zonder kinderen die korter hebben geduurd dan 5 jaar geldt een alimentatieplicht voor de duur van het huwelijk. De herziening houdt in dat de partneralimentatie wordt beperkt tot de helft van de duur van het huwelijk met een maximum van 5 jaar. Daarop zijn twee wettelijke uitzonderingen, namelijk:

 

I. Wanneer er sprake is van een gezin met jonge kinderen. Als de uit het huwelijk geboren kinderen nog niet allemaal de leeftijd van twaalf jaren hebben bereikt, eindigt de alimentatieduur niet eerder dan op het tijdstip dat het jongste kind twaalf jaar is geworden. De alimentatie kan dan dus maximaal twaalf jaar duren.

 

II. Daarnaast geldt er een uitzondering voor langdurige huwelijken. Als op het tijdstip van indiening van het verzoek tot echtscheiding de duur van het huwelijk langer is dan vijftien jaren en de leeftijd van de alimentatiegerechtigde ten hoogste tien jaar lager is dan de op dat moment geldende AOW-leeftijd, eindigt de alimentatieverplichting als de alimentatiegerechtigde de AOW-leeftijd heeft bereikt. Dit is tien jaar als de betrokkene precies tien jaar vóór de AOW-leeftijd zit op het moment van scheiding. Daarnaast wordt de alimentatieduur voor alimentatiegerechtigden van vijftig jaar en ouder verlengd. Alimentatiegerechtigden die op of voor 1 januari 1970 zijn geboren, krijgen tien jaar in plaats van vijf jaar alimentatie.

 

Als er sprake is van meerdere uitzonderingen, dan geldt de langste termijn.

 

Naast de uitzonderingen op de nieuwe hoofdregel van vijf jaar, kent het wetsvoorstel ook een hardheidsclausule. Daarmee kan de alimentatieduur in schrijnende gevallen, waarbij het in die specifieke situatie naar de maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is dat de alimentatie zou eindigen, worden verlengd. Het is uiteindelijk aan de rechter om te beoordelen of er sprake is van een dergelijke situatie.

 

De wet zal met ingang van 1 januari 2020 in werking treden en is alleen van toepassing op een alimentatieverplichting die op of na 1 januari 2020 tussen partijen is overeengekomen of waarbij het verzoekschrift tot echtscheiding is ingediend op of na 1 januari 2020. De wetswijziging heeft dus geen gevolgen voor bestaande alimentatieverplichtingen.

 

Heeft u vragen over de aanstaande wijzigingen en de gevolgen voor u? Of wilt u een wijziging van de bestaande partneralimentatie? Neem dan vrijblijvend contact op met 

Op dit moment geldt (voor echtscheidingen uitgesproken na 1 juli 1994) een maximale duur van 12 jaar voor een huwelijk met kinderen of een huwelijk dat langer heeft geduurd dan 5 jaar. Voor huwelijken zonder kinderen die korter hebben geduurd dan 5 jaar geldt een alimentatieplicht voor de duur van het huwelijk. De herziening houdt in dat de partneralimentatie wordt beperkt tot de helft van de duur van het huwelijk met een maximum van 5 jaar. Daarop zijn twee wettelijke uitzonderingen, namelijk:

 

I. Wanneer er sprake is van een gezin met jonge kinderen. Als de uit het huwelijk geboren kinderen nog niet allemaal de leeftijd van twaalf jaren hebben bereikt, eindigt de alimentatieduur niet eerder dan op het tijdstip dat het jongste kind twaalf jaar is geworden. De alimentatie kan dan dus maximaal twaalf jaar duren.

 

II. Daarnaast geldt er een uitzondering voor langdurige huwelijken. Als op het tijdstip van indiening van het verzoek tot echtscheiding de duur van het huwelijk langer is dan vijftien jaren en de leeftijd van de alimentatiegerechtigde ten hoogste tien jaar lager is dan de op dat moment geldende AOW-leeftijd, eindigt de alimentatieverplichting als de alimentatiegerechtigde de AOW-leeftijd heeft bereikt. Dit is tien jaar als de betrokkene precies tien jaar vóór de AOW-leeftijd zit op het moment van scheiding. Daarnaast wordt de alimentatieduur voor alimentatiegerechtigden van vijftig jaar en ouder verlengd. Alimentatiegerechtigden die op of voor 1 januari 1970 zijn geboren, krijgen tien jaar in plaats van vijf jaar alimentatie.

 

Als er sprake is van meerdere uitzonderingen, dan geldt de langste termijn.

 

Naast de uitzonderingen op de nieuwe hoofdregel van vijf jaar, kent het wetsvoorstel ook een hardheidsclausule. Daarmee kan de alimentatieduur in schrijnende gevallen, waarbij het in die specifieke situatie naar de maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is dat de alimentatie zou eindigen, worden verlengd. Het is uiteindelijk aan de rechter om te beoordelen of er sprake is van een dergelijke situatie.

 

De wet zal met ingang van 1 januari 2020 in werking treden en is alleen van toepassing op een alimentatieverplichting die op of na 1 januari 2020 tussen partijen is overeengekomen of waarbij het verzoekschrift tot echtscheiding is ingediend op of na 1 januari 2020. De wetswijziging heeft dus geen gevolgen voor bestaande alimentatieverplichtingen.

 

Heeft u vragen over de aanstaande wijzigingen en de gevolgen voor u? Of wilt u een wijziging van de bestaande partneralimentatie? Neem dan vrijblijvend contact op met mr. Fleur Marquenie.

eertse_kamer

Gepubliceerd op

22-05-2019

Rechtsgebieden

Overige