De beslissing om een medisch zinloze behandeling te staken

Zorgverleners willen vaak alles doen om een patiënt beter te maken. Als dat niet (meer) lukt, dan moet u als zorgverlener de medische beslissing nemen om een patiënt niet (meer) te behandelen. Voor de patiënt zelf en/of de familie kan zo’n beslissing onacceptabel zijn en leiden tot discussie of zelfs een vertrouwensbreuk. Als zorgverlener is het goed om te weten hoe het juridisch zit als u besluit om een patiënt niet (meer) te behandelen.

In dit artikel leggen wij u uit op grond waarvan u zo’n beslissing kan en mag nemen en waar deze aan dient te voldoen. Ook zullen wij u een aantal tips geven in dergelijke situaties.  

Hoe zit het juridisch?

Als arts dient u te handelen als ‘goed hulpverlener’. Dit staat in artikel 7:453 van het Burgerlijk Wetboek. Dit houdt onder andere in dat een medische behandeling altijd gerechtvaardigd moet worden. Die rechtvaardiging moet liggen in een bepaald belang voor de patiënt. Als een behandeling niet (meer) in het belang is van de patiënt, is er sprake van medisch zinloos handelen. Als een behandeling als medisch zinloos kan worden beschouwd, mag u besluiten om niet meer te behandelen. Sterker nog, medisch zinloos handelen is zelfs niet toegestaan volgens de richtlijnen. U hoeft er dus niet alles aan te doen om een patiënt zo lang mogelijk in leven te laten.

Patiënten, de vertegenwoordiger van de patiënt of diens familie, kunnen een gerechtelijke procedure beginnen als zij het niet eens zijn met het staken van de behandeling. Vaak zal dit een kort geding zijn, omdat er haast bij is als de behandeling al eenmaal is gestaakt. Volgens vaste rechtspraak ligt de beslissing of een behandeling medisch zinloos is, bij de behandelend arts.[1] De rechter toetst de juistheid van het oordeel van de arts terughoudend.[2] Alleen als de behandeld arts in redelijkheid niet tot zijn beslissing kon komen, zal de rechter ingrijpen.

Zorgvuldige onderbouwing en informatieplicht

Het besluit dat er sprake is van medisch zinloos handelen moet zorgvuldig tot stand komen. Het is van belang dat uit het medisch dossier blijkt dat er sprake is geweest van een zorgvuldig onderzoek waarna tot het oordeel is gekomen dat verdere behandeling niet mogelijk is. De KNMG schrijft voor dat u in de eerste plaats kunt kijken naar de effectiviteit van de behandeling: in hoeverre heeft deze een positief effect op de onderliggende aandoening? Daarnaast dient gekeken te worden naar de proportionaliteit. Weegt de (zwaarte of juist lichtheid van de) behandeling op tegen het doel dat u ermee kunt behalen? Ook kan gekeken worden naar de vraag of de patiënt door de behandeling al dan niet een minimumniveau van functioneren kan bereiken. Als een patiënt in een onomkeerbare coma ligt, is de kans dat dit niveau wordt bereikt vaak klein en zal er sprake zijn van medisch zinloos handelen. Wij adviseren u in ieder geval om uw beslissing uitgebreid en inhoudelijk in het medisch dossier te motiveren.

Ook moet u de patiënt of de vertegenwoordiger van de patiënt goed informeren gedurende de behandeling en over ingrijpende beslissingen als het staken van de behandeling. Het informeren en communiceren kan ervoor zorgen dat uw denkwijze wordt gevolgd en dat in uw beslissing wordt berust. Als de patiënt, diens vertegenwoordiger of familieleden niet begrijpen waarom u een dergelijke beslissing neemt en het gevoel hebben dat er niet naar hun geluisterd wordt, kan dat leiden tot conflicten. Goede communicatie zal niet alleen discussies voorkomen, maar verkleint ook de kans op (tucht)rechtelijke procedures.    

Second opinion en behandeling elders

Als de patiënt niet in uw beslissing berust, is het raadzaam om de patiënt aan te bieden elders een second opinion te vragen. Patiënten hebben hier altijd recht op, tenzij u daartegen zwaarwegende argumenten heeft. De second opinion kan uw conclusie bevestigen zodat u gesterkt wordt door deze second opinion. Als uit de second opinion blijkt dat een andere arts wel behandelingsmogelijkheden ziet, kan de vraag worden gesteld in hoeverre uw eerdere oordeel juist is geweest. U kunt uw beslissing herzien en de voorgestelde behandeling uitvoeren of u kunt (als dat mogelijk is) de patiënt laten overplaatsen naar het ziekenhuis van de arts die concludeert dat er nog wel herstel mogelijk is. In de praktijk gebeurt meestal dit laatste (als vervoer nog mogelijk is) omdat de patiënt meer vertrouwen heeft in het oordeel van de arts die de second opinion heeft gegeven.

Tuchtrechtspraak

De tuchtrechter heeft herhaaldelijk het staken van een behandeling tuchtrechtelijk getoetst. Het regionaal tuchtcollege te Groningen oordeelde onlangs dat een arts niet alles hoeft in te zetten om een patiënt zo lang mogelijk in leven te houden. In de laatste levensfase van een ernstig zieke patiënt met meervoudige problematiek is dat standpunt in medische en tuchtrechtelijke zin niet juist.[3] Het regionaal tuchtcollege te Den Haag oordeelde gelijkluidend over een klacht van de zoon van een patiënt. Het tuchtcollege oordeelde dat de arts op verzoek van de patiënt de in opzet curatieve behandeling mocht staken. In hoger beroep werd de zoon zelfs niet-ontvankelijk verklaard in zijn klacht, omdat de patiënt wilsbekwaam was en niet aannemelijk is dat de patiënt zelf een tuchtklacht had willen indienen.[4] Aan een inhoudelijke beoordeling is het centraal tuchtcollege daarom niet toegekomen.

Twijfelt u of u de behandeling mag (of moet!) staken of leidt juist deze beslissing tot een conflict met de patiënt en/of de familie? Neemt u dan contact op met onze gezondheidsrechtjuristen mr. Anthony Wijnberg en mr. Tessa Vollbehr. Ook andere vragen op het gebied van het gezondheidsrecht kunt u uiteraard aan ons stellen.

 

 

 

[1] Zie bijvoorbeeld het Europees Hof van de Rechten van de Mens 23 januari 2018, EHRC 2018/51.

[2] Aan de orde in bijv. rechtbank Midden-Nederland, 13 juli 2018, ECLI:NL:RBMNE:2018:3428, rechtbank Gelderland, 17 december 2018, ECLI:NL:RBGEL:2018:5765 en rechtbank Den Bosch, 29 maart 2011, ECLI:NL:RBSHE:2011:BP9894 en rechtbank Den Haag 16 maart 2021, ECLI:NL:RBDHA:2021:2579.

[3] Regionaal tuchtcollege Groningen 20 oktober 2020, ECLI:NL:TGZRGRO:2020:13.

[4] Centraal tuchtcollege Den Haag, 15 december 2020, ECLI:NL:TGZCTG:2020:234.

Gezondheidsrecht

Auteur

mr. Tessa (T.M.) Vollbehr

Gepubliceerd op

26-05-2021

Rechtsgebieden

Gezondheidsrecht