De Shell trekt zijn handen af van de NAM – wat nu?

Op 27 januari 2018 werd bekend gemaakt dat de Shell begin juni 2017 de zogeheten “403-aansprakelijkheidsverklaring” voor de NAM heeft ingetrokken. Dit bericht bereikte de media vier dagen nadat het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden uitspraak had gedaan in de zaak tegen de NAM over schadevergoeding bij waardevermindering van woningen door gaswinning. Het gerechtshof oordeelde dat de NAM ook schadevergoeding moet betalen aan een woningeigenaar voor waardevermindering van de woning indien de woning (nog) niet is verkocht en ook geen fysieke schade heeft

Wat is een 403-verklaring?
Shell is de moedermaatschappij van de NAM. In het burgerlijk wetboek is bepaald dat een dochtervennootschap geen eigen jaarrekening hoeft te publiceren indien de moedervennootschap een verklaring afgeeft dat zij zich hoofdelijk aansprakelijk stelt voor rechtshandelingen van de dochtervennootschap. Deze verklaring is de 403-verklaring. De 403-verklaring kan ook weer door de moedervennootschap worden ingetrokken. Vanaf dat moment dient de dochtervennootschap weer een eigen jaarrekening te publiceren. De aansprakelijkheid blijft wel gelden voor schulden die voortvloeien uit rechtshandelingen die zijn verricht voor het intrekken van de 403-verklaring, maar dus niet voor rechtshandelingen van na het intrekken van de verklaring.

Vergoeding van aardbevingsschade
De NAM is op grond van onrechtmatige daad aansprakelijk voor aardbevingsschade en moet alle schade die daardoor is ontstaan vergoeden. De 403-verklaring van Shell brengt op zichzelf geen aansprakelijkheid met zich mee voor Shell. Pas als er een schikking getroffen wordt door de NAM, kan dit doorgetrokken worden naar Shell. Het intrekken van de 403-verklaring heeft concreet tot gevolg dat schikkingen die worden getroffen door de NAM, met de gedupeerden of met de Staat, sinds de intrekking niet meer verhaald kunnen worden op de Shell.

En daarmee rijst de vraag of alle aardbevingsschade wel kan worden vergoed. De financiële situatie van de NAM is namelijk onvoldoende sterk om alle schades te vergoeden. Bovendien is de financiële situatie van de NAM afhankelijk van de hoeveelheid gas die wordt gewonnen. Hoe verder de gaskraan dicht gaat, hoe minder middelen de NAM verkrijgt om de schades te vergoeden.

En nu?
Er is nog een kleine kans dat ook zonder 403-verklaring de Shell aansprakelijk kan worden gehouden voor de schade. Het gaat dan om een zogenaamde “doorbraak van aansprakelijkheid in concernverhoudingen”. De Hoge Raad heeft zich over deze doorbraak van aansprakelijkheid een aantal maal uitgelaten. De lat die de Hoge Raad voor deze doorbraak van aansprakelijkheid heeft gelegd is echter zeer hoog. Slechts in zeer uitzonderlijke situaties wordt aangenomen dat een moedermaatschappij een zorgplicht had (en heeft geschonden) jegens de crediteuren van haar dochtervennootschap. Het valt dus zeer te betwijfelen of Shell in dit kader aansprakelijk kan worden gehouden. 

Daarmee lijkt het aannemelijker om schade die niet door de NAM betaald kan worden te verhalen op de Staat als (falend) toezichthouder en vergunningverlener.

Uiteraard houden wij u op de hoogte van de ontwikkelingen op dit gebied. Heeft u vragen over aardbevingsschade? Neemt u dan contact op met mr. Corina Bouwman of mr. Arnold Gras.

geld

Gepubliceerd op

30-01-2018

Rechtsgebieden

Aansprakelijkheidsrecht