Is een werkgever aansprakelijk voor fouten van een ondergeschikte?

Als een werknemer een fout maakt waardoor schade ontstaat bij een ander, kan het zijn dat de werkgever daarvoor aansprakelijk is. Dit geldt niet alleen voor fouten van werknemers, maar ook die van andere ondergeschikten, zoals uitzend- of vakantiekrachten. Er is dan sprake van zogeheten ‘risicoaansprakelijkheid’. Deze aansprakelijkheid is niet gebaseerd op schuld of verwijtbaarheid, maar op de bepaalde rol en hoedanigheid van de werkgever. Degene die schade heeft geleden kan zowel de werknemer als de werkgever aanspreken. Meestal zal hij zich tot de werkgever wenden, omdat deze doorgaans meer verhaal biedt dan de ondergeschikte zelf.

Om als werkgever aansprakelijk te kunnen zijn, moet er zijn voldaan aan twee vereisten: de kans op de fout van de ondergeschikte is door de opgedragen taak vergroot en de werkgever had zeggenschap over de gedraging waarin de fout was gelegen.

De opgedragen werkzaamheden moeten de kans op de fout hebben vergroot. Of dit het geval is, zal doorgaans afhangen van de omstandigheden van het geval. In het algemeen wordt dit criterium ruim uitgelegd. Aansprakelijkheid van de werkgever kan zich zelfs uitstrekken tot opzettelijk door de ondergeschikte gepleegde misdrijven en baldadigheden. Het maakt daarvoor niet uit dat deze vergrijpen niet letterlijk de opgedragen taak betreffen, als ze wel worden begaan in de werkzaamheden waartoe de werkgever de ondergeschikte gebruikt.

Zo nam bijvoorbeeld de rechtbank Midden-Nederland aansprakelijkheid aan van de werkgever van een winkelmedewerker die een klant in de winkel mishandelde. Deze winkelmedewerker was namelijk belast met het helpen van klanten en het afhandelen van klachten. Hiermee stond volgens de rechter vast dat de kans op de fout door het laten verrichten van deze werkzaamheden is vergroot. De rechtbank Arnhem kwam tot hetzelfde oordeel in een zaak waarin een portier een cafébezoeker mishandelde. Bij de uitoefening van het beroep van portier bij een horecagelegenheid is namelijk een zekere mate van fysiek contact met (lastige) bezoekers niet te vermijden. Daarmee was volgens de rechter gegeven dat de kans op de door de portier gemaakte fout objectief is verhoogd.

Meestal zal de werkgever zich met succes kunnen verweren indien een fout is gepleegd buiten diensttijd, maar dit hoeft niet altijd het geval te zijn. Zo werd bijvoorbeeld aansprakelijkheid van de werkgever voor de gevolgen van een ongeval tijdens een bedrijfsuitje aangenomen door de Hoge Raad in 2007. In deze zaak had de werkgever een bedrijfsuitje in een partycentrum georganiseerd. Tijdens dit uitje hebben werknemers lampolie op de barbecue van het partycentrum gegooid, waarna deze vlam vatte. Direct daarna is brand ontstaan waardoor een groot deel van het restaurant is afgebrand. De rechter vond dat er een voldoende nauwe band met de opgedragen taak bestond. In de eerste plaats omdat het om een door de werkgever georganiseerd feest ging. Daarnaast waren bij het feest werknemers aanwezig en werd een dergelijk feest in het belang geacht van de saamhorigheid in het bedrijf en de motivatie van de werknemers.

Het tweede vereiste is dat de werkgever wel zeggenschap moet hebben gehad over de gedraging waarin de fout was gelegen. Ook dit criterium wordt ruim uitgelegd door de rechter. De werkgever hoeft niet daadwerkelijk zeggenschap te hebben uitgeoefend. Voldoende is dat de werkgever in theorie bevoegd is om zeggenschap over het gedrag van de ondergeschikte uit te oefenen. Deze zeggenschap strekt zich niet alleen uit over de werkzaamheden, maar ook over gedragingen in de pauzes. Een werknemer van de gemeente Utrecht had tijdens de pauze een collega bij wijze van “collegiaal dollen” in een houdgreep gepakt. Als gevolg hiervan is deze collega arbeidsongeschikt geraakt en wilde deze schade verhalen op de gemeente. De gemeente verweerde zich (onder meer) door te stellen dat er sprake was van stoeigedrag tijdens diensttijd en dat dit niet kon worden gezien als een handeling waarover de gemeente als werkgever zeggenschap had. De rechter ging hier niet in mee en vond dat er wel voldoende zeggenschap bestond, omdat de pauze onder diensttijd in een lokaal van de gemeente plaatsvond en dat het de gemeente vrijstond om haar werknemers aan te spreken op zulk gedrag.

Als de werkgever aansprakelijk is voor de fout van zijn werknemer, dan kan de werkgever de schade vervolgens niet weer op de werknemer verhalen. Hierop wordt alleen een uitzondering gemaakt als de werknemer met opzet heeft gehandeld of bewust roekeloos is geweest. De drempel voor deze uitzondering is hoog.

Of de werkgever aansprakelijk kan worden gehouden voor gedragingen van de werknemer is erg afhankelijk van de omstandigheden van het geval. Het is daarom van belang om adequate rechtsbijstand in te schakelen, indien u wordt geconfronteerd met een dergelijke claim of indien u zelf schade heeft geleden en dit op een werkgever wil verhalen. U kunt daarvoor contact opnemen met mr. B.F.M. Kievitsbosch of mr. L.G. van Dijk.

contract

Gepubliceerd op

30-01-2018

Rechtsgebieden

Aansprakelijkheidsrecht | Arbeidsrecht