De tuchtrechtelijke verantwoordelijkheid van de arts in opleiding tot specialist (aios)

In tuchtzaken speelt regelmatig de vraag in hoeverre de arts in opleiding tot specialist (aios) een eigen tuchtrechtelijke verantwoordelijkheid heeft.

Volgens vaste jurisprudentie van het Centraal Tuchtcollege ligt bij aanvang van de opleiding een aanzienlijk deel van de tuchtrechtelijke verantwoordelijkheid voor het handelen van de aios bij de supervisor/opleider.

Naarmate er meer aan de aios kan worden toevertrouwd, neemt de tuchtrechtelijke verantwoordelijkheid van de aios geleidelijk toe. Aan het einde van de opleiding rust de tuchtrechtelijke verantwoordelijkheid dus geheel op de schouders van de aios.

Het uitgangspunt is dat elke BIG-geregistreerde zorgverlener, inclusief de aios, alleen voorbehouden handelingen uitvoert indien deze daartoe bekwaam is. Om duidelijk te maken op welk niveau van bekwaamheid de aios zich bevindt, zijn in de praktijk entrustable professional activities (EPA’s) geïntroduceerd. Cruciaal is dat de aios inzicht heeft in zijn eigen beperkingen en weet waar de grenzen van zijn handelen ligt. En dus, zo nodig, tijdig te rade gaat bij zijn/haar opleider.

Praktijkvoorbeelden

Een arts die net aan haar opleiding tot psychiater was begonnen, kreeg van het regionaal tuchtcollege een waarschuwing omdat zij zich meer bewust had moeten zijn van het feit dat zij niet bekwaam was om grotendeels zelfstandige adequate hulp aan de patiënte te verlenen, ook al moest zij onder zeer moeilijke omstandigheden werken.[1] De eindverantwoordelijke psychiater/opleider kreeg in deze zaak een berisping.[2]

In een andere zaak werd een waarschuwing aan een aios opgelegd, omdat deze (spoed)diagnostiek had ingezet, maar de uitslagen niet had ingezien.[3] De klacht tegen de gynaecoloog als opleider werd ongegrond verklaard omdat deze als opleider niet tekort was geschoten.[4] De gynaecoloog kon in zijn rol van supervisor/opleider er niet verantwoordelijk voor worden gehouden dat de aios de uitslagen van het met spoed aangevraagde onderzoek niet op tijd had bekeken. Er was geen sprake van een gebrek aan ervaring waarmee de supervisor rekening had moeten houden.

Begin dit jaar is een waarschuwing opgelegd aan een aios kindergeneeskundige.[5] Volgens het regionaal tuchtcollege was de aios niet binnen de grenzen van een redelijk bekwame beroepsuitoefening gebleven doordat zij de patiënt niet zelf had beoordeeld en de voorgenomen behandeling niet met de nodige voortvarendheid had uitgevoerd of daarvoor hulp had gevraagd aan haar supervisor. De supervisor van de aios in deze zaak kreeg een berisping omdat zij onvoldoende invulling had gegeven aan haar rol van (superviserend) kinderarts.[6]

Conclusie

Een aios heeft zelfstandige en eigen tuchtrechtelijke verantwoordelijkheid en kan zich niet volledig verschuilen achter de supervisor/opleider. Een hoger bekwaamheidsniveau betekent, naarmate de opleiding vordert, meer eigen verantwoordelijkheid. Wel moet een aios tot het einde van de opleiding altijd een beroep kunnen doen op een supervisor, ook voor de onderdelen waarvoor de aios bekwaam is verklaard.

Heeft u vragen over uw tuchtrechtelijke verantwoordelijkheid of is er een klacht tegen u ingediend? Neemt u dan contact op met onze specialisten gezondheidsrecht mr. Tessa Vollbehr en mr. Anthony Wijnberg.

 

[1] Regionaal Tuchtcollege Eindhoven 25 maart 2015, ECLI:NL:TGZREIN:2015:26.

[2] Regionaal Tuchtcollege Eindhoven 25 maart 2015, ECLI:NL:TGZREIN:2015:27.

[3] Regionaal Tuchtcollege Eindhoven 26 januari 2016, ECLI:NL:TGZREIN:2016:8.

[4] Regionaal Tuchtcollege Eindhoven 26 januari 2016, ECLI:NL:TGZREIN:2016:9.

[5] Regionaal Tuchtcollege Zwolle 8 januari 2021, ECLI:NL:TGZRZWO:2021:4.

[6] Regionaal Tuchtcollege Zwolle 8 januari 2021, ECLI:NL:TGZRZWO:2021:2.

Gezondheidsrecht

Auteur

mr. Tessa (T.M.) Vollbehr

Gepubliceerd op

15-02-2021

Rechtsgebieden

Gezondheidsrecht