De verhuiskostenvergoeding bij renovatie: de Hoge Raad nuanceert

De vraag wanneer een verhuurder i.v.m. renovatie een verhuiskostenvergoeding aan de huurder moet betalen blijft de gemoederen bezig houden. Hier is al veel over geprocedeerd en de Hoge Raad heeft hier afgelopen vrijdag 15 september 2023 opnieuw een uitspraak over gedaan. 

O.g.v. de wet dient deze vergoeding betaald te worden wanneer een verhuizing noodzakelijk is. Alleen al deze twee woorden hebben aanleiding gegeven tot de nodige procedures, want het is natuurlijk de vraag wanneer er precies sprake is van een "verhuizing" en van de "noodzaak" daartoe.

De Hoge Raad had in april 2022 al geoordeeld dat er géén sprake is van een verhuizing wanneer een huurder naar een volledig ingerichte en gestoffeerde (wissel)woning van de verhuurder verhuist. In dat geval heeft de huurder geen recht op de verhuiskostenvergoeding.

De vraag waar de Hoge Raad zich nú in september 2023 over uit moest laten betrof enerzijds de kwestie van de noodzaak en anderzijds weer die kwestie van de verhuizing.

Het ging hier om een huurder die doorgaans vanuit huis werkte en in dát licht moest die vraag naar de noodzaak beantwoord worden. De Hoge Raad stelt dat renovatiewerkzaamheden op grond waarvan het voor de meeste huurders niet noodzakelijk is om te verhuizen, dit op grond van bijkomende omstandigheden voor déze individuele huurder wel noodzakelijk kunnen maken. Volgens de Hoge Raad behoort tot dergelijke bijkomende omstandigheden bijvoorbeeld wanneer een huurder doorgaans vanuit huis werkt. Bij de beoordeling of er dan een noodzaak is om te verhuizen speelt onder meer een rol of de huurder alternatieve werkruimte (bijvoorbeeld bij de werkgever zelf) heeft.

Voorts speelde hier (ook weer) de vraag of er sprake was van een verhuizing; de verhuurder had geen alternatieve ruimte aangeboden en deze huurder ging tijdelijk bij vrienden logeren. Hij had dus geen inboedel verhuisd en geen of nauwelijks kosten gemaakt. De Hoge Raad heeft nu bepaald dat in zo’n geval toch sprake kan zijn van een verhuizing en een huurder dan toch recht kan hebben op de vergoeding. De Hoge Raad heeft het arrest van het hof vernietigd en verwezen naar een ander hof ter verdere behandeling en beslissing.

Kortom: als een verhuurder geen alternatief biedt en een huurder gaat logeren bij vrienden wat hem niets/weinig kost, hij enkel en alleen een paar persoonlijke spullen meeneemt en niet een hele inboedel verhuist, kan dat toch als een verhuizing gezien worden. Dat kan dan betekenen dat de verhuurder wel een verhuiskostenvergoeding moet betalen.
Wilt u meer weten over dit onderwerp of andere huurrechtelijke kwesties, neemt u dan contact met mij op.

E-mail: stegeman@benkadvocaten.nl
Telefoon: 06 – 29 29 36 38

Wilt u de uitspraak zelf lezen? Dat kan hier

huurrecht website.jpg

Auteur

mr. W.E.A. Stegeman

Gepubliceerd op

21-09-2023

Rechtsgebieden

Huurrecht