Jarenlang gebruik van een stuk grond, maakt nog geen eigenaar

Onze uitspraak van de week gaat over de vraag of iemand eigenaar is geworden doordat zij een perceel meer dan twintig jaar hebben gebruikt. In deze zaak ging het om het volgende. Twee eigenaren gebruiken al sinds 1988 een stuk grond dat in eigendom toebehoort aan de gemeente. Volgens de eigenaren zijn zij door dit jarenlange gebruik eigenaar geworden van het stuk grond.

Er zijn twee routes als het om verjaring gaat: de verkrijgende verjaring (als het bezit van het stuk grond 10 jaar lang te goeder trouw is geweest) en bevrijdende verjaring, waarbij er gedurende 20 jaar lang sprake moet zijn geweest van bezit van de grond.  

 

Gedaagden stellen dat zij in 1988 het grasveld op het perceel hebben verwijderd en dat zij een deel van de ondergrond hebben bestraat en beplant. Ook hebben ze een omheining geplaatst. De gemeente wil niet meer dat de gedaagden de grond gebruiken. Dit gebruik is volgens de gemeente een inbreuk op haar eigendomsrecht, evenals het aanbrengen van wijzigingen aan de grond. De gemeente vordert bij de rechter onder andere dat gedaagden alles wat zij op het perceel hebben aangebracht (beplanting, bestrating, voorwerpen) verwijderen en de grond niet meer gebruiken.

 

Bij de rechtbank gaat het om de vraag of gedaagden het perceel sinds 1988 in bezit hebben gehad. Bezit is het houden van een goed voor zichzelf. Het deels bestraten en beplanten van de grond kan volgens de rechter niet als een bezitsdaad worden beschouwd. Hieruit kan namelijk geen wilsuiting van gedaagden worden afgeleid om als eigenaar van de grond op te treden. Hetzelfde geldt voor het onderhouden van de grond en voor het plaatsen van een omheining. Bovendien is de grond ondanks de omheining nog steeds openbaar en voor iedereen (dus ook de gemeente) toegankelijk. Tot slot worden er ook hogere eisen gesteld aan inbezitneming als het om een perceel grond gaat van een particuliere eigenaar dat grenst aan grond van de gemeente. De rechter oordeelt dat gedaagden niet kenbaar hebben gemaakt (door woord of daad) dat zij de grond in bezit hebben genomen met de pretentie er eigenaar van de worden. Het beroep op verkrijgende en bevrijdende verjaring slaagt dus niet, omdat er nooit sprake is geweest van bezit.

 

Gedaagden voeren nog aan dat zij dan een gebruiksrecht hebben ten aanzien van de grond, maar ook dit wordt afgewezen. Gedaagden hebben niets aangevoerd waaruit blijkt dat er een gebruiksrecht is overeengekomen. De vorderingen van de gemeente worden (grotendeels) toegewezen. Wilt u de uitspraak zelf lezen? Dat kan hier.

 

Maken anderen ook gebruik van uw grond en vreest u voor verlies van het eigendom of gebruikt u juist jarenlang de grond van een ander en wilt u dat u daadwerkelijk eigenaar van de grond wordt? Neemt u dan gerust contact met ons op. Onze advocaten en juristen kunnen u hierbij adviseren.

 

vrouwe justitia

Auteur

mr. Tessa (T.M.) Vollbehr

Gepubliceerd op

17-08-2021

Rechtsgebieden

Vastgoedrecht