Let op: vanaf 1 juli 2018 is de Belastingdienst strenger bij inhuur van zelfstandigen!

Op 30 oktober 2017 berichtten wij u over de plannen uit het regeerakkoord om de Wet DBA te vervangen. De Wet DBA was bedoeld om helderheid te verschaffen over het inhuren van zelfstandigen, maar heeft helaas alleen maar meer onduidelijkheid gegeven. Daarom zal de wet vervangen worden door een nieuwe wet. Wat er in een nieuwe wet zal worden opgenomen, kunt u hier teruglezen.

Op 9 februari jl. heeft de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid een brief gestuurd aan de Tweede Kamer waarin het tijdspad wordt weergegeven waarin het kabinet invulling zal geven aan de nieuwe wet.

De Minister heeft aangegeven dat het streven is dat de specifieke maatregelen en de opdrachtgeversverklaring per 1 januari 2020 in werking treden. Deze maatregelen vergen aanpassingen in het arbeidsrecht, het fiscale recht en het sociale zekerheidsrecht. Ze hebben bovendien implicaties voor de uitvoering en handhaving door onder andere de Belastingdienst en het UWV. Gelet op deze complexiteit wil het kabinet de maximale zorgvuldigheid betrachten bij de uitwerking, maar januari 2020 lijkt haalbaar.

Handhaving alleen bij kwaadwillenden
Op dit moment is de handhaving van de (huidige) wet DBA opgeschort tot in ieder geval 1 juli 2018, met uitzondering van kwaadwillenden. Deze opschorting wordt verlengd tot in ieder geval 1 januari 2020. Alleen bij organisaties die opzettelijk en ernstig misbruik maken van inhuur van zelfstandigen, wordt de wet DBA gehandhaafd.

De Tweede Kamer heeft een motie ingediend en heeft het kabinet opgeroepen om te kijken of er nog meer mogelijkheden zijn om in te grijpen bij organisaties die misbruik maken van inhuur van zelfstandigen. In navolging van de motie acht de Minister het wenselijk om de handhaving niet langer alleen te richten op de ernstigste gevallen, maar ook op de iets mildere gevallen. Vanaf 1 juli 2018 wordt daarom niet langer alleen bij de ernstigste gevallen gehandhaafd, maar kan er ook bij “andere kwaadwillenden” worden gehandhaafd.

Onder deze “andere kwaadwillenden” worden organisaties verstaan die opzettelijk een situatie van evidente schijnzelfstandigheid laten ontstaan of voortbestaan. Dit betekent dat de Belastingdienst kan handhaven, als de Belastingdienst de volgende drie criteria alle drie kan bewijzen

  1. Er is sprake van een (fictieve) dienstbetrekking.
  2. Er is sprake van evidente schijnzelfstandigheid.
  3. Er is sprake van opzettelijke schijnzelfstandigheid.
     

Wij houden de ontwikkelingen voor u uiteraard nauwlettend in de gaten. Heeft u vragen over het werken als zzp’er, het inhuren van zzp’ers of over andere onderwerpen op het gebied van arbeidsrecht, neemt u dan contact op met mr. Ben Kievitsbosch of mr. Lars van Dijk.

contract

Gepubliceerd op

20-02-2018

Rechtsgebieden

Arbeidsrecht