Wilt u met ‘wederzijds goedvinden’ van een huurder af? Doe het dan niet zo.

In een zaak waarover het gerechtshof Den Haag deze week moest oordelen, was het volgende aan de hand. Een verhuurder was onder het mom van ‘het controleren van de woning op strafbare feiten’ naar de woning van de huurder gegaan. De verhuurder had een formulier meegenomen dat nog verder ingevuld en ondertekend moest worden. Dit formulier bleek een beëindigingsovereenkomst te zijn.

De huurder heeft tijdens het bezoek het formulier ondertekend. Een aantal dagen nadat de huurder het formulier heeft ondertekend, laat hij de verhuurder weten dat hij de woning (toch) niet wil verlaten. Hij had tijdens het bezoek van de verhuurder de indruk gekregen dat hij geen andere keuze had dan mee te werken aan de ontbinding. De huurder laat weten niet akkoord te gaan met het ontbinden van de huurovereenkomst en hij vernietigt de beëindigingsovereenkomst.

 

De huurder wendt zich tot de rechter en vraagt de rechter om de beëindigingsovereenkomst te vernietigen. Als reden voert de huurder aan dat de overeenkomst onder misbruik van omstandigheden tot stand is gekomen. De huurder krijgt van de rechter gelijk en de rechter vernietigt de beëindigingsovereenkomst. De verhuurder gaat hiertegen in hoger beroep. Het gerechtshof bekrachtigt het oordeel van de rechtbank. Ook het hof is van oordeel dat de verhuurder misbruik heeft gemaakt van de omstandigheden door de huurder ter plekke een formulier te laten ondertekenen, waarmee de huur werd beëindigd. Hierbij is van belang dat de verhuurder nooit eerder aan de huurder heeft laten weten de huur te willen beëindigen. Ook heeft de verhuurder de huurder niet ingelicht over eventuele alternatieven waarbij de huurder haar recht op huurbescherming zou houden.

 

Wilt u de uitspraak zelf lezen? Dat kan hier

huurrecht

Auteur

mr. Tessa (T.M.) Vollbehr

Gepubliceerd op

18-09-2020

Rechtsgebieden

Huurrecht