Onmiddellijke beëindiging kredietrelatie: onzorgvuldig?

Onlangs heeft de Rechtbank Amsterdam een interessante uitspraak gedaan over de rechtmatigheid van de beëindiging van een financieringsovereenkomst tussen Hobo c.s. en Rabobank.[1] In het kader van deze overeenkomst verstrekte Rabobank vanaf 2007 financieringen van meer dan 4 miljoen euro aan Hobo. Echter dreef Hobo vanaf 2012 een verlieslatende onderneming. Daarom trad Hobo met Rabobank in overleg over een reorganisatie. Onder de voorwaarden van verbetering en verkrijging van zekerheidsrechten, zette Rabobank de kredietrelatie nog even voort.

 

Omdat de omzet van Hobo bleef dalen en Rabobank het vertrouwen in een doorstart verloor, beëindigde zij in 2014 de financieringen vooralsnog en won zij haar zekerrechten onmiddellijk uit. Hierop volgde het faillissement van Hobo.

In geding was nu de vraag of Rabobank onzorgvuldig heeft gehandeld door als ware een ‘overval’ de kredietrelatie te beëindigen, terwijl men nog werkte aan een reorganisatie. Hobo vorderde hierom 8 miljoen euro schadevergoeding. De rechtbank kwam tot het oordeel dat Rabobank niet onzorgvuldig heeft gehandeld jegens Hobo. Uit getuigenverklaringen ter zitting leidde de rechtbank af dat partijen gezamenlijk tot de conclusie zijn gekomen dat de onderneming niet meer levensvatbaar was. Omdat Hobo er niet om heeft gevraagd, en dit ook geen reëel doel zou hebben gediend, hoefde Rabobank ook geen redelijke opzegtermijn in acht te nemen.  

In situaties waarin een faillissement op de loer ligt, is het van belang dat u helder contact heeft met uw bank over plannen voor continuering van de onderneming. Indien u belang heeft bij een opzegtermijn, doet u er goed aan hierop aan te dringen. Daarnaast is het raadzaam om de voorwaarden voor beëindiging van uw financieringsovereenkomst goed onder de loep te nemen, zodat u niet voor verrassingen komt te staan.

Heeft u vragen over uw financieringsovereenkomst, of heeft een andere vraag op het gebied van ondernemings- of faillissementsrecht, kunt u zich wenden tot mr. Peter Bakker of mr. Arnold Gras. Hij zal u graag verder inlichten.

 

 

[1] Rb. Amsterdam 30 september 2020, ECLI:NL:RBAMS:2020:4793.

vrouwe justitia

Externe auteur

Dorien Bakker

Gepubliceerd op

20-10-2020

Rechtsgebieden

Insolventierecht | Ondernemingsrecht